In gesprek met ...

In deze rubriek nemen we een kijkje achter de schermen bij de leden van de BIN NL-community. Dit keer bij Heleen van der Meer (beleidsmedewerker energietransitie in de gebouwde omgeving bij het ministerie van BZK), Thomas Dirkmaat (coördinator van het Behavioural Insights Team van EZK) en Minou van der Werf (onderzoeker bij het Kenniscentrum Psychologie en Economisch Gedrag van de Universiteit Leiden). Zij onderzochten samen verschillende financieringsvormen voor woningverduurzaming.

Heleen, vertel eens welke opgave er ligt voor woningverduurzaming.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 ruim 7 miljoen huizen in Nederland moeten zijn verduurzaamd. Dat wil zeggen dat ze goed moeten zijn geïsoleerd en worden verwarmd met duurzame warmte, zoals een warmtenet of warmtepomp. De overheid werkt aan manieren om de woningeigenaren hierbij te ontzorgen en financieel te ondersteunen. Het huidige instrumentarium richt zich vooral op eigenaren die al spaargeld hebben. Zij kunnen een subsidie van circa 20% krijgen wanneer zij minimaal twee verduurzamingsmaatregelen uitvoeren. Er zijn ook woningeigenaren die over minder spaargeld beschikken. Een deel van die groep heeft wel voldoende ruimte om de hypotheek te verhogen of aanvullend te gaan lenen. Maar de vraag is of ze dat ook willen.

Thomas, jullie hebben eerder onderzoek gedaan naar leen- en spaarinstrumenten voor woningverduurzaming. Wat kwam daaruit?

In 2019 hebben we een keuze-experiment onder woningeigenaren uitgevoerd. Respondenten konden daarbij kiezen tussen verschillende spaar- of leeninstrumenten. Uit het experiment bleek dat zo’n 82% van de eigenaren de voorkeur geeft aan sparen boven lenen voor de verduurzaming van hun woning. Een vragenlijstonderzoek bevestigde dit resultaat. 72% van de woningeigenaren gaf aan de genomen maatregelen te hebben betaald met spaargeld. 67% van de eigenaren zei voor toekomstige maatregelen liever te sparen dan te lenen. Kortom, voldoende aanleiding om nader onderzoek te doen naar de potentie van een spaarinstrument.

Minou, jij was als onderzoeker aan de Universiteit Leiden betrokken bij dit onderzoek. Kun je vertellen hoe jullie dit hebben aangepakt?

We hebben een online onderzoek uitgevoerd onder 2.256 deelnemers. Alleen huishoudens met een koopwoning (geen flat of appartement) met energielabel C t/m G zijn meegenomen in dit onderzoek. We legden ze de optie voor van een Spaarbonus Woningverduurzaming. Daarbij hoeven woningeigenaren slechts 80% van het benodigde bedrag voor verduurzaming te sparen en ontvangen ze 20% van het bedrag als bonus. Is zo’n optie aantrekkelijk voor ze en hoe waarschijnlijk is het dat ze daar gebruik van gaan maken voor de financiering van hun verduurzamingsmaatregelen?
Daarnaast onderzochten we met een experiment in hoeverre het moment waarop de bonus wordt gegeven invloed heeft op hun keuze. Maakt het bijvoorbeeld uit of mensen de bonus helemaal aan het einde krijgen of direct aan het begin? Of als ze 10% direct aan het begin ontvangen en 10% aan het einde? Of wanneer ze iedere maand een klein percentage ontvangen dat uiteindelijk optelt tot 20%? Deze vier varianten hebben we getest.

En? Wat kwam eruit?

We zien dat tussen de 9 en 17% van de doelgroep interesse heeft in de Spaarbonus Woningverduurzaming. Mensen zetten het liefst hun huidige spaargeld in voor verduurzaming, maar daarna is de Spaarbonus Woningverduurzaming het meest populair. Het afsluiten van een Energiebespaarlening of het verhogen van de hypotheek vinden mensen over het algemeen minder aantrekkelijk. Wel hangt het af van de kosten van de verduurzamingsmaatregel: hoe groter het bedrag wordt, hoe minder mensen aangeven huidig spaargeld in te willen zetten. In dat geval vinden ze een hypotheekverhoging een logischer optie. De Spaarbonus Woningverduurzaming lijkt het meest aantrekkelijk te zijn voor maatregelen die tussen de €5.000 en €10.000 kosten.
En het beste moment voor de bonus? De variant met 10% bonus aan het begin en 10% bonus aan het einde, wordt als het meest positief beoordeeld.

Heleen, wat gaan jullie ermee doen?

We hebben nu twee interessante onderzoeken liggen, waaruit blijkt dat er een potentiële doelgroep is voor een spaarbonus. Dit zou een mooie aanvulling kunnen zijn op het bestaande instrumentarium (o.a. subsidies en leningen) om woningeigenaren te stimuleren hun woning te verduurzamen.
De komende tijd zijn we van plan om ons meer te richten op de praktische uitvoerbaarheid van zo’n regeling. We gaan daarvoor in gesprek met mogelijke uitvoerders, zoals banken en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarnaast denken we nog over aanvullend gedragsonderzoek. Bijvoorbeeld om na te gaan hoe je ervoor zorgt dat mensen niet alleen starten met sparen, maar dit sparen ook volhouden en het gespaarde bedrag niet tussentijds aan iets anders besteden dan woningverduurzaming. Tot slot is ook de kabinetsformatie van belang. Er is nu namelijk geen budget voor zo’n regeling, dus tijdens de formatie zal moeten blijken of een nieuw kabinet hierop wil inzetten.

Tot slot, Thomas wat maakt dit project bijzonder? Wat kunnen we ervan leren?

Dit project is bijzonder om drie redenen. Ten eerste is het een mooi voorbeeld van samenwerking tussen de ministeries. Ratna Raghoober die namens Binnenlandse Zaken in het kernteam van BIN NL zit, heeft Heleen in contact gebracht met mij en mijn inmiddels oud BIT-collega, Aletta Boele. Vervolgens heb ik de gedragscollega’s van het ministerie van Financiën gevraagd om ook mee te doen. Dit heeft ertoe geleid dat Dörthe Kunkel, gedragsexpert bij het platform Wijzer in Geldzaken, aan ons projectteam heeft deelgenomen. Ten tweede de samenwerking met de Universiteit Leiden als academische partner. Het is de kwaliteit van het onderzoek ten goede gekomen dat we samen met hen uitgebreid over onze ideeën konden sparren. Ten derde de opzet van het onderzoek. We hebben heel bewust voor een online experiment gekozen, in plaats van de woningeigenaren direct te vragen naar hun voorkeur voor de verschillende spaarbonus varianten. Op deze manier kun je op de tekentafel al onderbouwd de beste vorm kiezen voor zo’n spaarfaciliteit. Wat natuurlijk niet wegneemt dat er nog de nodige vragen voor vervolgonderzoek zijn - dat ben ik helemaal met Heleen eens.

---

Meer weten?

Nieuwsgierig naar de onderzoeksresultaten? Lees het onderzoeksrapport Spaarbonus Woningverduurzaming.
Of neem direct contact op met Heleen, Thomas of Minou:

 

 

 

Heleen van der Meer
Beleidsmedewerker energietransitie in de gebouwde omgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken

Thomas Dirkmaat
Coördinator van het Behavioural Insights Team van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Minou van der Werf
Onderzoeker bij het Kenniscentrum Psychologie en Economisch Gedrag van de Universiteit Leiden

 

 

Ben je ook betrokken bij een gedragsexperiment, -interventie of -onderzoek en wil je daar eens iets over vertellen? Neem dan contact op met de community manager, Manoe Mesters.

 

 

Cookie-instellingen